Dood in de pot

DE CORPORATIE

 

De woningcorporatie was een eilandenrijk. Vestigingen en individuele medewerkers deden wat hen goeddunkt. Toen kwam er een directeur die orde op zaken stelde. Er werd gereorganiseerd en ditmaal woei het niet over, maar de organisatie veranderde echt.

 

Verantwoordelijkheden en processen werden vastgelegd en voortaan werd er gehandhaafd. Wee degene die afweek van de regels. Die kon rekenen op een berisping en in het uiterste geval ontslag.

Orde op zaken, maar wel een neveneffect. Er ontstond een cultuur waarin medewerkers angstvallig opereerden binnen gestelde kaders, geen verantwoordelijkheid namen, het niet waagden om hun nek uit te steken. Die intern- en procesgerichte cultuur, met angst om buiten de lijntjes te kleuren, werd een kenmerk van de organisatie. Tot lang na het vertrek van deze directeur. Met zijn top-down beleid had hij orde op zaken gesteld, maar geen organisatie nagelaten die was toegerust op flexibel opereren en het prikkelen van medewerkers. De dood in de pot.

 

DE SECTOR

De corporatiesector had zich los gemaakt van de overheid. Sommige corporaties gingen zich gedragen als projectontwikkelaars. Hier en daar ontstonden excessen. Toen kwam er een minister die orde op zaken stelde. Er kwam een parlementaire enquête en de conclusies waren niet mals. Omdat sommige corporaties zich hadden misdragen kreeg de gehele sector strafwerk, de heffing. In een tijd van recessie kwam dat hard aan. Medewerkers werden ontslagen, bouwprojecten stopgezet en huren opgetrokken.

De nieuwe Woningwet en aanvullende regels zorgden ervoor dat corporaties zich weer richtten op hun kerntaak, het verhuren van woningen aan mensen met een smalle beurs. Om het probleem van stijgende woonlasten in te tomen werd ook het huurprijsbeleid aan banden gelegd. Gevolg: maximalisering binnen de strakke kaders, zodat op termijn alle sociale huurwoningen dezelfde huur krijgen, ongeacht locatie of kwaliteit. Vanwege de woningwet zijn veel DOENERS ontslagen. Vanwege regelgeving en handhaving kwamen daar CONTROLEURS voor terug.

Dit alles heeft er toe geleid dat corporaties heel intern gericht waren. Er moest een efficiency slag gemaakt worden. Passend toewijzen en marktwaardering moesten geïmplementeerd worden, evenals administratieve splitsing van sociale woningbouw en overig bezit. Daardoor was er weinig ruimte voor innovatie, voor aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen, voor initiatieven uit de samenleving. Corporatiebestuurders wilden vooral binnen de lijntjes kleuren, want niemand wil een tik op zijn vingers van de toezichthouder. De dood in de pot.

 

DE MAATSCHAPPIJ

Nu veel corporaties succesvol zijn afgeslankt, de nieuwe regels geïmplementeerd en de bouw op gang komt, is het tijd om buiten de deur te kijken. En daar is genoeg aan de hand. Middengroepen kunnen geen woning vinden. De corporaties mogen niet en de markt pakt het niet op. De verzorgingsmaatschappij verandert in een participatiemaatschappij. Burgerinitiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond. Nederland vergrijst. Met alle maatschappelijke gevolgen van dien.

Corporaties zijn maatschappelijke organisaties. Zij zijn bij uitstek geschikt op in te spelen op ontwikkelingen in de maatschappij, om ruimte te geven aan innovatieve experimenten, om in te springen waar de woningmarkt tekort schiet, om misstanden op het gebied van wonen en leven aan te pakken en op de politieke agenda te plaatsen. Dat vraagt een open houding en ruimte voor experimenten. Sta daarom open voor burgerinitiatieven, zelfbouwgroepen en wooncoöperaties. Dat past binnen de participatiemaatschappij en sluit aan bij een terugtredende overheid. Benut de ruimte die de Woningwet biedt om te faciliteren en maak je hard voor het oprekken van regels als dat nodig is.

 

DOOD IN DE POT?

Volgens de Van Dale is dan ‘alle leven, handel en opgewektheid verdwenen’.

Laat zien dat het niet waar is!

Werk aan de winkel!

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.