Stokbrood met pindakaas

Stokbrood met pindakaas

Op de camping in Frankrijk kan ik me geen lekkerder lunch voorstellen dan stokbrood met camembert.

In Nederland kies ik gewoon voor een volkorenboterham met boerenkaas.

In Griekenland is er niets lekkerder dan een souvlaki mè pitta in de schaduw van een plataan. Het is de combinatie van smaak en entourage. Probeer je het ergens anders, dan smaakt het niet half zo lekker.

 

Niet iedereen is zo recht in de leer. Toen mijn kinderen klein waren gingen de hagelslag, muisjes en de pindakaas mee op vakantie. In mijn ogen een gruwel, maar de rest van de familie had zoiets van: “als wij dat nou lekker vinden, waarom niet..?”

Zojuist heb ik 140 achter-de-voordeur-gesprekken achter de rug. De corporatie, waar ik voor werk, wil groot onderhoud gaan uitvoeren in combinatie met energetische maatregelen. Om aan te sluiten bij de wensen en verwachtingen van bewoners en om de beschikbare middelen optimaal in te zetten gaan we vooraf met de bewoners in gesprek. Omdat het een aandachtswijk betreft liepen gemeente en opbouwwerk mee tijdens de huisbezoeken. Dat leidde tot een uitgebreide vragenlijst waarbij ook werd ingegaan op de sociale- en fysieke aspecten van de wijk.

Kenmerkend voor deze ’50-er jaren wijk is dat met name de afgelopen vijf jaar veel oorspronkelijke bewoners zijn weggetrokken. Daar komen mensen met een diversiteit van culturele achtergronden voor terug. Het is niet zo dat men daar geen allochtonen gewend is, want er zijn Turkse- en Marokkaanse gezinnen die al heel lang in de wijk wonen.

Wat me opvalt is dat mensen zo verschillend reageren op de veranderingen in de buurt. De ene oud bewoner moppert dat de buurt achteruit gaat, terwijl zijn buurman dat ontkent. De ene nieuwkomer moppert dat hij buitengesloten wordt en de ander voelt zich gastvrij ontvangen. Hoe komt dat? In hoeverre heeft dat te maken met je levenshouding? In welke mate is het afhankelijk van de entourage, van de mensen die je toevallig tegenkomt?

Zoals sommige Nederlanders hun eigen broodbeleg meenemen naar het buitenland nemen immigranten stukjes van hun cultuur mee. Zoals Nederlanders buiten Europa elkaar opzoeken en onderling hun eigen taal spreken, zo doen immigranten dat hier ook. De ene wijkbewoners begrijpt dat en de ander ergert zich mateloos aan die nieuwkomers die “niet geïntegreerd” zijn. Het toppunt van integratie is de vluchteling die zijn in Nederland geboren zoon Kees noemt. Helaas heeft hij geen talenknobbel, zijn Nederlands blijft gebrekkig, hij werkt ver onder zijn niveau en zal er nooit helemaal bij horen.

Gaat de buurt nu echt achteruit? De mensen die er al heel lang wonen denken daar verschillend over. Het lijkt niet afhankelijk van de werkelijke situatie, maar van hoe mensen in het leven staan, of ze de moeite nemen om contact te leggen, of zich bij voorbaat afsluiten. Of ze begrip hebben voor het feit dat iedereen zijn potje pindakaas of pakje hagelslag mee neemt. Het is opvallend met hoeveel respect gesproken wordt over die Marokkaanse buurman die zijn hele leven hard gewerkt heeft om zijn dochters te laten studeren en over de Turkse buurman die altijd voor je klaar staat. Tien huizen verderop is het gewoon weer zo’n buitenlander.

Wat leren we hiervan?

Verschillende mensen kunnen dezelfde situatie totaal verschillend beoordelen. Dat hangt af van wie ze zijn, hoe ze in het leven staan, wat ze meegemaakt hebben. Daarnaast: onbekend maakt onbemind.

Als je wilt investeren in sociale samenhang en leefbaarheid ligt hier de sleutel. Organiseer iets in de straat waardoor de mensen elkaar op een positieve manier leren kennen. Dat kan net de balans door laten slaan naar een andere kijk op de lokale samenleving. Alle beetjes helpen.

Wat mooi is: het zijn de bewoners uit de straat zelf die dit bedacht hebben en daarom een straatfeest organiseren.

Heb jij nog slimme tips hoe je de beleving van buurtbewoners een positieve draai kunt geven? Deel het in het commentaarveld hieronder.

Op 16 juli 2015 geplaatst op CorpoScoop.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.